Pijn bij gevorderde stadia van COPD of hartfalen

Samenvatting
Let op: dit is een samenvatting van de belangrijkste aanbevelingen uit de richtlijn; raadpleeg de betreffende modules van de richtlijn voor de volledige aanbevelingen, onderbouwing en aanvullende informatie.

Algemeen

  • Doe altijd een anamnese en lichamelijk onderzoek en op indicatie aanvullend onderzoek. Maak bij moeilijk behandelbare pijn gebruik van de gestructureerde pijnanamnese van V&VN.
  • Maak op basis van de aard van de pijn en eventuele begeleidende verschijnselen onderscheid tussen nociceptieve en neuropatische pijn.
  • Schenk aandacht aan de somatische, psychische, sociale en spirituele dimensies van de pijn.
  • Meet regelmatig pijn met behulp van een Numeric Rating Scale. Onderneem actie, indien de pijnintensiteitsscore ≥4 is en de patiënt hiermee instemt.
  • Stel de oorza(a)k(en) en beïnvloedende factoren van de pijn vast.
  • Geef voorlichting over pijn en de behandeling ervan en stimuleer therapietrouw en zelfmanagement.
  • Zorg voor ondersteuning van patiënt en naasten.
  • Bevorder de continuïteit en coördinatie van zorg d.m.v. een individueel zorgplan, één centrale zorgverlener en goede overdracht en overleg tussen verschillende betrokken zorgverleners.

 Behandeling van de oorzaak

  • Als pijnklachten direct samenhangen met COPD of hartfalen: pas de behandeling van COPD of hartfalen aan om de pijn te doen verminderen.
  • Als pijnklachten bij patiënten met gevorderde stadia van COPD of hartfalen samenhangen met comorbiditeit: behandel comorbiditeit (indien mogelijk) om de pijn te doen verminderen.

Niet-medicamenteuze behandeling

  • Maak zo nodig gebruik van klassieke massage en/of ontspanningsoefeningen, al dan niet in combinatie met geleide verbeelding.

Medicamenteuze behandeling

  • Kies bij voorkeur voor orale of transdermale toediening.
  • Kies voor s.c. of i.v. toediening indien orale en transdermale toediening niet mogelijk zijn of onvoldoende snel tot het gewenste effect leiden.
  • Hanteer voor de onderhoudsbehandeling een vast schema en een stapsgewijze benadering.
  • Wees extra alert op geneesmiddeleninteracties met opioïden bij patiënten met polyfarmacie en/of patiënten >70 jaar. 

Nociceptieve pijn

Stap 1

  • Paracetamol 3dd 1000 mg.
  • Bij COPD evt. in combinatie met een niet-selectief NSAID (diclofenac tot 3dd 50 mg, naproxen tot 2dd 500 mg of ibuprofen tot 4dd 600 mg), echter niet bij een creatinineklaring van <30 ml/minuut of bij verminderde leverfunctie (Child-Pugh score A-C).

Stap 2

  • Morfine SR (2dd 20 mg, >70 jaar 2dd 10 mg, bij voorkeur niet bij creatinineklaring <30 ml/min) fentanyl transdermaal (12 ug/uur), oxycodon SR (2dd 10 mg, >70 jaar 2dd 5 mg), hydromorfon SR (2dd 4 mg), methadon (alleen indien (overleg met iemand met) ervaring met dit middel) of tapentadol (2dd 50 mg).
  • Zo nodig in combinatie met paracetamol en/of een NSAID (niet bij hartfalen).
  • Altijd in combinatie met medicatie voor doorbraakpijn (zie Behandeling van doorbraakpijn).
  • Altijd in combinatie met een laxans (macrogol/elektrolyten of magnesiumhydroxide).
  • Behandel misselijkheid zo nodig met metoclopramide, domperidon of haloperidol en persisterende sufheid zo nodig met methylfenidaat. Overweeg opioïdrotatie bij moeilijk te behandelen bijwerkingen (zie stap 3).
  • Beoordeel het effect van sterk werkende opioïden na 24 uur; hoog bij onvoldoende effect op in stappen van 50%. Pas in principe de dosering aan als er meer dan 3x per 24 uur doorbraakmedicatie voor onvoorspelbare doorbraakpijn noodzakelijk is.
  • Start met s.c. of i.v. toediening van morfine, oxycodon of hydromorfon indien een snel effect gewenst is of indien de pijn onvoldoende onder controle is met oraal of transdermaal toegediend opioïd. Maak in het ziekenhuis gebruik van Patient Controlled Anesthesia (PCA) bij patiënten die controle willen en kunnen hebben over toediening van doorbraakmedicatie.

Stap 3

  • Pas opioïdrotatie toe als er sprake is van onvoldoende effect en/of onacceptabele bijwerkingen van een opioïd.
Omrekentabel opioïdenI

MORFINE

FENTANYL

OXYCODON

HYDROMORFON

TRAMADOL

BUPRENORFINE

TAPENTADOL

oraal

s.c./i.v.

pleister

oraal

s.c./i.v.

oraal

s.c./i.v.

oraal

pleister

oraal

mg per 24 uur

mg per 24 uur

μg per uur

mg per 24 uur

mg per 24 uur

mg per 24 uur

mg per
24 uur

mg per
24 uur

μg per uur

mg per
24 uur

 

   30

 

   10

 

     12

 

  20

 

  10

   6II

 

    2

 

     150

 

 

 

   60

 

   20

 

     25

 

  40

 

  20

 

  12

 

    4

 

     300

 

 

     150

 

   120

 

   40

 

     50

 

  80

 

  40

 

  24

 

    8

     – III

 

        52,5

 

     300

 

   180

 

   60

 

     75

 

  120

 

  60

 

  36

 

    12

 

     –

 

        V

 

   240

 

   80

 

     100

 

  160

 

  80

 

  48

 

    16

 

     –

 

        105

 

 

   360

 

   120

 

     150

 

  240

 

  120

 

  72

 

    24

 

     –

        – IV

 

 

   480

 

   160

 

     200

 

  320

 

  160

 

  96

 

    32

 

     –

 

        –

 

 I  Bij het overgaan van het ene opioïd naar het andere (opioïdrotatie) vanwege bijwerkingen wordt geadviseerd om 75% van de equi-analgetische dosis te geven.
II  Deze dosering kan in de praktijk niet gegeven worden, omdat de laagste dagdosering van het slow releasepreparaat 4 mg is en het middel 2x per dag moet worden gegeven.
III  De maximale dagdosering van tramadol is 400 mg/24 uur.
IV Hogere doseringen buprenorfine dan 140 μg per uur worden niet geadviseerd.
V  De maximaal onderzochte dosis is 500 mg/dag. Over hogere doses kunnen geen uitspaken worden gedaan.

Behandeling van doorbraakpijn

  • Behandel (indien mogelijk) de oorzaak van de doorbraakpijn en vermijd of behandel (indien mogelijk) uitlokkende factoren.
  • Start bij onvoorspelbare doorbraakpijn met een snelwerkend fentanylpreparaat. Start met de laagste dosering en titreer de dosis aan de hand van het effect op de doorbraakpijn.
  • Kies bij voorspelbare doorbraakpijn voor een IR opioïd of een snelwerkend fentanylpreparaat; houd bij het tijdstip van toediening rekening met de tijd die nodig is voor het optreden van het pijnstillende effect. Start bij een IR opioïd met 1/6 van de (equivalente) dagdosering van het opioïd.
  • Combineer de medicamenteuze behandeling van doorbraakpijn met niet-medicamenteuze behandeling en/of (indien mogelijk en zinvol) invasieve technieken.

Diagnostiek en behandeling van pijn in de terminale fase

  • Maak bij onrust onderscheid tussen onrust door een terminaal delier (verlaag dosering of roteer opioïd) en onrust door pijn (intensiveer pijnbestrijding).
  • Staak in principe paracetamol en NSAID’s.
  • Voorkeur voor transdermale toediening van fentanyl of evt. buprenorfine; alternatief: continue s.c. toediening van morfine (niet bij pre-existente creatinineklaring <50 ml/min) of oxycodon.
  • Dien doorbraakmedicatie s.c. of evt. i.v. toe, of via het mondslijmvlies.
Geen resultaten gevonden.

NSAID’s algemeen

Diversen

buprenorfine

Pleister 5/10/15/20/35/52,5/70 mcg/uur
Oromucosale tablet 0.2 mg

diclofenac

Tablet 12,5/25/50 mg
Maagsapresistente tablet 25/50 mg
Retard tablet 25/50/75/100 mg
Zetpil 25/50/100 mg

fentanyl

Pleister 12/25/37/50/75/100 mcg/uur
Sublinguale tablet 100/133/200/267/300/400/600/800 mcg
Zuigtablet 200/400/600/800 mcg
Buccaaltablet 100/200/400 mcg
Neusspray 50/100/200/400 mcg/dosis
Injectievloeistof 0,05 mg/ml

hydromorfon

Capsule SR 4/8/16/24 mg
Capsule IR 1,3/2,6 mg
Injectievloeistof 10/50 mg/ml

ibuprofen

Tablet 200/400/600 mg
Bruisgranulaat 400/600 mg
Dragee 200 mg
Liquid capsule 200/400 mg
Suspensie 20/40 mg/ml

methadon

Tablet 5/10/20/40/50 mg
Drank 1/2/5 mg/ml (apotheekbereiding)
Injectievloeistof 5/10 mg/ml (apotheekbereiding)

morfine

Tablet 10/20 mg
Injectievloeistof 10/20 mg/ml
Zetpil 10/20/50 mg (apotheekbereiding)
Drank “Unit-Dose” 2/6 mg/ml, 5 ml (10/30 mg)
Drank 1/2/5/20 mg/ml
Tablet met gereguleerde afgifte 10/15/30/60/100 mg

naproxen

Zetpil 250/500 mg
Tablet 220/250/275/500/550 mg

oxycodon

Drank 10 mg/ml
Capsule 5/10/20 mg
Injectievloeistof 10/50 mg/ml
Tablet orodispergeerbaar 5/10/20 mg
Tablet met gereguleerde afgifte 5/10/15/20/30/40/60/80/120 mg
Tablet 5/10 mg

paracetamol

Tablet 500/1000 mg
Tablet orodispergeerbaar 250/500 mg
Bruistablet 1000 mg
Granulaat in sachet 500 mg
Kauwtablet 120 mg
Drank 24 mg/ml
Zetpil 60/120/125/240/250/500/1000 mg
Infusievloeistof 10 mg/ml

tapentadol

Tablet met gereguleerde afgifte 25/50/100/150/200/250 mg
Geen resultaten gevonden.