Tablet 12,5/25mg

Richtlijn

Obstipatie

Medicatie

naloxegol

Verwerking

Staak de behandeling met de gebruikelijke laxantia totdat het klinisch effect van naloxegol is bepaald.
Mag gemalen.
Toedienen door een sonde met Ch 8 of hoger.
Resten van de tabletomhulling kunnen de sonde verstoppen.
Werkzaam vanaf 2 uur na inname; Naloxegol ’s ochtends innemen, minimaal 30 minuten vóór of 2 uur na het ontbijt.

Dosering

Bij opioïdgeïnduceerde obstipatie bij volwassenen, als respons op een gebruikelijke behandeling met laxantia onvoldoende is: 25 mg 1× per dag. Staak de behandeling met de gebruikelijke laxantia totdat het klinisch effect van naloxegol is bepaald. Overweeg verlaging van de dosering naar 12,5 mg 1× per dag bij optreden van ernstige gastrointestinale bijwerkingen.

Bijwerkingen

Bij meer dan 10% van de patiënten: buikpijn en diarree.
Bij 1-10%: misselijkheid, braken, flatulentie, hoofdpijn, nasofaryngitis en overmatig zweten.
Bij minder dan 1%: opioïd-onthoudingssyndroom. Dit is een cluster van 3 of meer van de volgende verschijnselen: dysforie, misselijkheid of braken, spierpijn, tranenvloed of rinorroe, pupilverwijding, pilo-erectie, zweten, diarree, geeuwen, koorts of slapeloosheid. Dit syndroom ontwikkelt zich meestal binnen enkele minuten tot enkele dagen na toediening. Bij vermoeden van het opioïd-onthoudingssyndroom dient de behandeling te worden gestaakt.

Interacties

De concentratie stijgt door krachtige CYP3A4-remmers en diltiazem; combinatie met krachtige CYP3A4-remmers wordt ontraden, en bij combinatie met diltiazem moet de dosis worden aangepast (zie D.).

Krachtige CYP3A4-remmers:
Claritromycine
Cobicistat (inclusief combinatiepreparaten)
Erytromycine
Itraconazol
Ketoconazol
Posaconazol
Ritonavir (inclusief combinatiepreparaten)
Voriconazol

Laxantia kunnen het kaliumverlies dat veroorzaakt wordt door andere geneesmiddelen (bv. thiazide-diuretica, corticosteroïden) vergroten, met meer kans op toxische effecten van digoxine.