Richtlijn
Delier
Medicatie
haloperidol
Verwerking
Mag fijngemaakt worden.
Grootbereiders als ACE en Fagron maken ook wel 0,25 mg. Maar niet altijd bij apotheken op voorraad of snel te bestellen.
Dosering
Startdosering >70 jaar 1-2 dd 0,5-1 mg p.o., bouw geleidelijk op. Idem bij leverinsufficiëntie of ernstige nierinsufficiëntie.
Bij <70 jaar hogere doseringen. Start met 1-2 dd 1mg; tot max/dag 20 mg p.o. bij jongere patiënt.
Daarnaast, afhankelijk van de setting, de eerste dag(en) tevens zo nodig tot 2dd extra 0,5 mg haloperidol bij onrust.
Bij ernstige motorische onrust: Startdosering: 0,5-2 mg p.o., buccaal, s.c., i.m. (i.m. alleen bij ernstige motorische onrust indien toediening niet op een andere manier mogelijk is) of i.v., elk half uur tot effect optreedt. Effect na circa 20 min te verwachten.
Onderhoudsdosering: 1-5 mg/24 uur met een maximum van 20 mg/24 uur (bij orale toediening) of 10 mg/24 uur (bij parenterale toediening), lagere doseringen bij ouderen. In een stabiele situatie volstaat vaak 1 dd voor de nacht.
Bijwerkingen
Bij meer dan 10% van de patiënten: agitatie, slapeloosheid, extrapiramidale verschijnselen en hoofdpijn.
Bij 1-10%: psychotische stoornis, depressie, tardieve dyskinesie, slaperigheid, duizeligheid, oculogyrische crisis, visusstoornissen, (orthostatische) hypotensie, droge mond, misselijkheid, braken, obstipatie, speekselvloed, afwijkende leverfunctiewaarden, huiduitslag, urineretentie, erectiele dysfunctie, gewichtstoename en gewichtsafname. Bij intramusculaire toediening van het depotpreparaat ook reacties op de injectieplaats.
Bij minder dan 1%: leukopenie, overgevoeligheidsreacties, verwardheid, libidovermindering, rusteloosheid, convulsies, sedatie, wazig zien, tachycardie, dyspneu, hepatitis, geelzucht, fotosensibilisatie, urticaria, jeuk, overmatig zweten, torticollis, spierstijfheid, spierspasmen, amenorroe, dysmenorroe, galactorroe, borstpijn, gevoelige borsten, gestoorde gang, hyperthermie en oedeem.
Interacties
Afname haloperidol: de concentratie daalt door krachtige CYP3A4-inductoren.
Toename haloperidol: cobicistat en ritonavir remmen het metabolisme.
Overig effect: haloperidol kan het QTc-interval verlengen, het risico op ernstige hartritmestoornissen is verhoogd bij combinatie met andere middelen waarbij ernstige hartritmestoornissen zoals torsade de pointes zijn gemeld. Haloperidol in een dosering hoger dan 5 mg per dag is ingedeeld in middelhoog QT-verlengend potentieel; en haloperidol in een dosering van 5 mg per dag of lager is ingedeeld in laag QT-verlengend potentieel. Zie verder inleidende tekst Interactielijsten, QTc-verlengers. De interactie is niet relevant bij gebruik van lage dosering haloperidol (5 mg per dag of lager) in combinatie met een ander middel van laag QT-verlengend potentieel.
Krachtige CYP3A4-inductoren:
Apalutamide
Carbamazepine
Efavirenz
Enzalutamide
Fenobarbital
Fenytoïne
Hypericum
Lumacaftor
Mitotaan
Nevirapine
Primidon
Rifabutine
Rifampicine
QT verlengende middelen:
Hoog QT-verlengend potentieel (verlenging QTc > 60 ms):
amiodaron
erytromycine hoger dan 1000 mg per dag
kinidine
sotalol
Middelhoog QT-verlengend potentieel (verlenging QTc 10-60 ms):
azitromycine
citalopram
escitalopram
domperidon hoger dan 30 mg per dag
droperidol
erytromycine 1000 mg per dag of lager
flecaïnide
fluconazol
haloperidol hoger dan 5 mg per dag
levofloxacine
methadon
moxifloxacine
ondansetron intraveneus, grondstof
Laag QT-verlengend potentieel (verlenging QTc < 10 ms):
ciprofloxacine
claritromycine
domperidon 30 mg per dag of lager
haloperidol 5 mg per dag of lager
ondansetron oraal, rectaal
Bewaakte setting
procaïnamide
propofol
sevofluraan
terlipressine
Niet ingedeeld (vooralsnog beschouwd als middelhoog QT-verlengend potentieel):
anagrelide
arseentrioxide
chloorpromazine
chloorprotixeen
chloroquine
disopyramide
donepezil
hydroxychloroquine
ibutilide
ivabradine
ketanserine
levomepromazine
oxaliplatine
papaverine intracoronair
pentamidine parenteraal
pimozide
roxitromycine
sertindol
sulpiride
vandetanib