Richtlijn
Urogenitale problemen
Medicatie
lanreotide
Verwerking
Diep intragluteaal spuiten.
Bij niet-insulineafhankelijke diabetes mellitus: bloedsuikercontrole.
Bij insulineafhankelijke diabetes mellitus: dosering insuline met 25% verlagen.
Dosering
gebruikelijk: 30 mg i.m.
frequentie: 1x/2 weken
dosis/gift: 30 mg
max./2 weken: 30 mg i.m.
Bijwerkingen
>10%: hoofdpijn, diarree, buikpijn, misselijkheid, braken, dyspepsie, winderigheid, (a)symptomatische galsteenvorming
1-10%: verhoogde bilirubineconcentratie, vermoeidheid, duizeligheid, sinusbradycardie, hypoglykemie, hyperglykemie, anorexie, reactie op de injectieplaats.