Injectievloeistof 5 mg/ml

Richtlijn

Zorg in de Stervensfase

Medicatie

metoclopramide

Verwerking

Niet bij M. Parkinson of bekende QTc geleidingsproblematiek.

Dosering

3x per dag 10 mg. Bij onvoldoende effect kunnen hogere doseringen 40-100 mg/dag worden overwogen.
Start bij symptoombehandeling, met de laagste effectieve dosis. Titreer zoals klinisch geïndiceerd. Evalueer het effect en de bijwerkingen van ale medicatie dagelijks.

Bijwerkingen

Bij meer dan 10% van de patiënten: slaperigheid.
Bij 1-10%: extrapiramidale stoornissen, parkinsonachtige verschijnselen, acathisie, depressie, asthenie, diarree en, vooral bij intraveneuze toediening, hypotensie.
Bij minder dan 1%: dystonie (inclusief visuele stoornissen en oculogyrische crisis), dyskinesie, verlaagd bewustzijn, hallucinaties, hyperprolactinemie, amenorroe, overgevoeligheidsreacties en, vooral bij intraveneuze toediening, bradycardie.

Interacties

De plasmaconcentratie van atovaquon kan dalen; het mechanisme is niet bekend.
Bij combinatie met SSRI’s neemt het risico op extrapiramidale verschijnselen toe. Bovendien stijgt de plasmaconcentratie door fluoxetine.
Dopamine-antagonisten en centrale dopaminerge middelen (Dopaminerge parkinsonmiddelen en Prolactineremmers) kunnen elkaars werking tegengaan. Combinatie wordt daarom ontraden. Een uitzondering is domperidon, dit kan worden toegepast bij misselijkheid en braken en orthostatische hypotensie bij een parkinsonpatiënt.