Injectievloeistof 10/50 mg/ml

Richtlijn

Zorg in de Stervensfase

Medicatie

hydromorfon

Verwerking

Gelet op het risico op obstipatie horen opioïden altijd gecombineerd te worden met een oraal laxans. Macrogol/elektrolyten is het laxans van voorkeur.

Dosering

Intermitterend of continu; Start bij symptoombehandeling, met de laagste effectieve dosis. Titreer zoals klinisch geïndiceerd. Zie hiervoor de symptoomgerichte modules. Evalueer het effect en de bijwerkingen van ale medicatie dagelijks.

Bijwerkingen

Bij meer dan 10% van de patiënten: slaperigheid, sufheid, duizeligheid, obstipatie, misselijkheid, braken, jeuk en asthenie.
Bij 1-10%: verminderde eetlust, verwardheid, angst, slapeloosheid, hoofdpijn, hallucinaties, lichamelijke afhankelijkheid, dyspepsie, hypotensie, droge mond, buikpijn, zweten, huiduitslag, urineretentie en reacties op de toedieningsplaats.
Bij minder dan 1%: agitatie, euforie, dysforie, stemmingswisselingen, depressie, nachtmerries , dyskinesie, tremor, zich abnormaal voelen, myoclonus, paresthesie, wazig zien, miose, tachycardie, visusstoornissen, hypertensie, dyspneu, diarree, dysgeusie, stijging van de leverenzymwaarden, blozen, urticaria, verminderd libido, erectiele dysfunctie, rillingen, ontwenningsverschijnselen, vermoeidheid, malaise en perifeer oedeem.

Interacties

Bij toevoeging van een partiële agonist/antagonist, waaronder ook het ontwenningsmiddel nalmefeen, kunnen onthoudingsverschijnselen optreden. De combinatie moet worden vermeden. Naloxon en naltrexon zijn antagonisten van opioïden; bij combinatie kunnen onthoudingsverschijnselen optreden. Toevoeging van naloxon of naltrexon aan een opioïd wordt ontraden, tenzij naloxon of naltrexon bewust wordt toegepast als antidotum bij overdosering van een opioïd. Andersom kan bij toevoeging van een opioïd aan naloxon of naltrexon acute ademnood optreden.