Richtlijn
Diarree
Medicatie
octreotide
Verwerking
De insulinebehoefte bij diabetes mellitus type 1 kan zowel toe- als afnemen.
Dosering
gebruikelijk: 0,3-0,6 mg s.c. per dag
frequentie: 3x
dosis/gift: 0,05-0,2 mg
max./dag: 0,9 mg
De startdosis is 0,05 mg 1-2dd subcutaan. Afhankelijk van de klinische reactie, de dosering geleidelijk verhogen tot 3dd 0,1-0,2 mg s.c; de dosering eventueel ophogen op geleide van het effect
Bij goede reactie en stabiele situatie kan overgegaan worden op het depotpreparaat octreotide LAR, startdosering 20 mg i.m. een keer per maand.
Bijwerkingen
Bij meer dan 10% van de patiënten: hoofdpijn, diarree, buikpijn, misselijkheid, obstipatie, flatulentie, hyperglykemie en cholelithiase, en injectieplaatsreacties.
Bij 1-10%: dyspepsie, braken, zwelling van de buik, steatorroe, dunne ontlasting, verkleuring van de ontlasting, asthenie, duizeligheid, bradycardie, dyspneu, cholecystitis, galwegobstructie, hyperbilirubinemie, hypoglykemie, gestoorde glucosetolerantie, anorexie, hypothyreoïdie, schildklieraandoening, stijging van de transaminasewaarden, jeuk, huiduitslag en alopecia.
Bij minder dan 1%: dehydratie en tachycardie.
Interacties
De absorptie van ciclosporine kan afnemen, zie verder bij ciclosporine.
De concentratie van telotristat ethyl en zijn actieve metaboliet daalt door kortwerkend octreotide. Kortwerkend octreotide moet ten minste 30 minuten na telotristat ethyl worden toegediend.