Richtlijn
Palliatieve sedatie
Medicatie
propofol
Verwerking
Overleg ALTIJD met consultatieteam palliatieve zorg.
Dosering
De in de praktijk gebruikte effectieve doseringen verschillen echter per setting. Zo wordt bij IC-patiënten meestal een dosering toegepast van 200 mg/uur, maar op de OK bij geïntubeerde patiënten een dosering van 5-12 mg/kg/uur. In het registratiedossier wordt een dosering van 1,5-4,5 mg/kg/uur geadviseerd. Het effect van eenzelfde dosis kan bij verschi lende patiënten ook erg uiteenlopen. Doorgaans hebben jongere mensen bijvoorbeeld veel hogere doses nodig dan ouderen. Wanneer het middel langzaam getitreerd wordt is de kans op ademhalingsdepressie klein. Voor de toepassing van propofol bij continue paliatieve sedatie is monitoring van bloeddruk, hartfrequentie en saturatie niet noodzakelijk en is ook geen anesthesiologische bewaking nodig. Bovenstaande factoren maken dat er geen standaard doseerschema van propofol te geven is. Het doseerschema is maatwerk, waarbij setting en diverse patiëntkenmerken, zoals lichaamsgewicht, een rol spelen. – Startbolus 20-50 mg i.v., met aansluitend continue toediening 100 mg/uur;- Zo nodig per 5 minuten 20 mg bolus i.v. en verhogen van de pompstand met 50mg/uur tot een maximum van 5 mg/kg/uur;- De uiteindelijk benodigde dosering van propofol is zeer variabel en afhankelijk van diverse patiëntfactoren (o.a. lichaamsgewicht). fenobarbital5: Oplaaddosis 200 mg s.c. (verdeeld over 2 subcutane insteekopeningen), met aansluitend continue toediening fenobarbital 40 mg/uur s.c.; Bij onvoldoende effect bolus van 200 mg s.c. iedere 4 uur; Bij onvoldoende effect na 24 uur ophogen naar 60 mg/uur s.c.; Bij voorgaand drugsgebruik of voorgaand gebruik van (hoge doseringen) sedativa kunnen soms hogere doseringen nodig zijn. De dosering fenobarbital kan in deze situaties opgehoogd worden tot 150 mg/uur s.c..
Bijwerkingen
Bij meer dan 10% van de patiënten: lokale pijn tijdens inductie.
Bij 1-10%: bradycardie, voorbijgaande hypotensie, tijdens de inductie voorbijgaande apneu, tijdens het ontwaken hoofdpijn, misselijkheid en braken.
Bij propofol treden misselijkheid, braken en hoofdpijn minder vaak op dan bij inhalatie-anesthetica.
Bij het optreden van hypotensie dient de toedieningssnelheid te worden verlaagd of het vaatvolume te worden aangevuld.
Bij minder dan 1%: trombose en flebitis.