Druppelvloeistof 2 mg/ml

Richtlijn

Nierfalen, eindstadium

Medicatie

haloperidol

Verwerking

Eén druppel komt overeen met 0,1 mg.
Kan eventueel via de wangzak (buccaal) worden toegediend. Bij buccale toediening niet doorslikken, niet verdunnen ondanks vieze smaak. Hierdoor snelle absorptie via de mucosa in de circulatie en daarmee gelijkwaardig aan parenteraal.

Dosering

Delier en nierfalen: 0,25-1 mg per dag; start met een lage dosering bij ouderen. Houd rekening met genetische verschillen in farmacokinetiek, vooral bij patiënten met een niet-Westerse achtergrond. Haloperidol hoeft niet te worden aangepast aan de nierfunctie. Bij een delier wordt een startdosering van 0,25 tot 1 mg per os 1-2 maal daags geadviseerd, bij volwassenen tot maximaal 5 mg/dag. Voor oudere patiënten worden lagere startdoseringen (0,25 mg) en lagere maximale doseringen (tot 2,5 mg/dag) aangeraden, zie richtlijn Delier volwassenen en ouderen. Bij onvoldoende effect binnen 1-2 uur kan deze dosering herhaald worden.

Bijwerkingen

Bij meer dan 10% van de patiënten: agitatie, slapeloosheid, extrapiramidale verschijnselen en hoofdpijn.
Bij 1-10%: psychotische stoornis, depressie, tardieve dyskinesie, slaperigheid, duizeligheid, oculogyrische crisis, visusstoornissen, (orthostatische) hypotensie, droge mond, misselijkheid, braken, obstipatie, speekselvloed, afwijkende leverfunctiewaarden, huiduitslag, urineretentie, erectiele dysfunctie, gewichtstoename en gewichtsafname. Bij intramusculaire toediening van het depotpreparaat ook reacties op de injectieplaats.
Bij minder dan 1%: leukopenie, overgevoeligheidsreacties, verwardheid, libidovermindering, rusteloosheid, convulsies, sedatie, wazig zien, tachycardie, dyspneu, hepatitis, geelzucht, fotosensibilisatie, urticaria, jeuk, overmatig zweten, torticollis, spierstijfheid, spierspasmen, amenorroe, dysmenorroe, galactorroe, borstpijn, gevoelige borsten, gestoorde gang, hyperthermie en oedeem.

Interacties

Afname haloperidol: de concentratie daalt door krachtige CYP3A4-inductoren.
Toename haloperidol: cobicistat en ritonavir remmen het metabolisme.
Overig effect: haloperidol kan het QTc-interval verlengen, het risico op ernstige hartritmestoornissen is verhoogd bij combinatie met andere middelen waarbij ernstige hartritmestoornissen zoals torsade de pointes zijn gemeld. Haloperidol in een dosering hoger dan 5 mg per dag is ingedeeld in middelhoog QT-verlengend potentieel; en haloperidol in een dosering van 5 mg per dag of lager is ingedeeld in laag QT-verlengend potentieel. Zie verder inleidende tekst Interactielijsten, QTc-verlengers. De interactie is niet relevant bij gebruik van lage dosering haloperidol (5 mg per dag of lager) in combinatie met een ander middel van laag QT-verlengend potentieel.

Krachtige CYP3A4-inductoren:
Apalutamide
Carbamazepine
Efavirenz
Enzalutamide
Fenobarbital
Fenytoïne
Hypericum
Lumacaftor
Mitotaan
Nevirapine
Primidon
Rifabutine
Rifampicine

QT verlengende middelen:
Hoog QT-verlengend potentieel (verlenging QTc > 60 ms):
amiodaron
erytromycine hoger dan 1000 mg per dag
kinidine
sotalol

Middelhoog QT-verlengend potentieel (verlenging QTc 10-60 ms):
azitromycine
citalopram
escitalopram
domperidon hoger dan 30 mg per dag
droperidol
erytromycine 1000 mg per dag of lager
flecaïnide
fluconazol
haloperidol hoger dan 5 mg per dag
levofloxacine
methadon
moxifloxacine
ondansetron intraveneus, grondstof

Laag QT-verlengend potentieel (verlenging QTc < 10 ms):
ciprofloxacine
claritromycine
domperidon 30 mg per dag of lager
haloperidol 5 mg per dag of lager
ondansetron oraal, rectaal

Bewaakte setting
procaïnamide
propofol
sevofluraan
terlipressine

Niet ingedeeld (vooralsnog beschouwd als middelhoog QT-verlengend potentieel):
anagrelide
arseentrioxide
chloorpromazine
chloorprotixeen
chloroquine
disopyramide
donepezil
hydroxychloroquine
ibutilide
ivabradine
ketanserine
levomepromazine
oxaliplatine
papaverine intracoronair
pentamidine parenteraal
pimozide
roxitromycine
sertindol
sulpiride
vandetanib