Drank 6,25/25 mg/ml (6,25 mg/ml = bereiding)

Richtlijn

Nierfalen, eindstadium

Medicatie

clozapine

Verwerking

Eerste 18 weken: wekelijks leukocyten- en granulocytenaantal (i.v.m. een kans van 0,68% op agranulocytose);
Na 18 weken: bepaal vierwekelijks leukocyten- en granulocytenaantal.
Kies bij M. Parkinson of Lewy body dementie primair voor clozapine.
De richtlijn meldt niets over spiegelbepalingen (waarschijnlijk vanwege de lage dosering), echter het volgende ter info:
het instellen op clozapine zonder spiegelbepalingen kan grote risico’s met zich meebrengen door overdosering en anderzijds ook leiden tot inadequate behandeling door onderdosering. Spiegelbepalingen kunnen zes dagen na de laatste dosisverandering plaatsvinden.
Veel patienten bereiken een steady state al na drie dagen zodat vanaf de vierde dag kan worden geprikt. De
bloedafname vindt plaats 12 uur na inname van de laatste dosering.

Dosering

Bij delier en nierfalen: 1x per dag 6,25 mg. Bij deze middelen wordt qua startdosering voor patiënten met eindstadium nierfalen (en bij ouderen) enige voorzichtigheid geadviseerd (50% van de gebruikelijke startdosering).

Bijwerkingen

Clozapine veroorzaakt bij ong. 0.8% van de patiënten agranulocytose, waarvan het merendeel (ongeveer 70%) in de eerste 18 weken.
Bij meer dan 10% van de patiënten: slaperigheid, sedatie, duizeligheid, tachycardie, obstipatie en speekselvloed.
De incidentie van speekselvloed is ong. 30%, vooral tijdens de slaap. Dit lijkt meer te berusten op een afname van de slikreflex dan op overmatige speekselproductie. Obstipatie kan zelden leiden tot megacolon, darminfarct of darmischemie, soms met fatale afloop. Ter voorkoming van obstipatie wordt gelijktijdig gebruik van een laxans geadviseerd.
Bij 1-10%: gewichtstoename, misselijkheid, braken, anorexie, droge mond, ECG-veranderingen, vermoeidheid, koorts, hyperthermie, stoornissen in zweet- of temperatuurregulatie, wazig zien, hoofdpijn, extrapiramidale verschijnselen, convulsies, myoklonie, insulten, spraakstoornissen, hypertensie, orthostatische hypotensie, syncope, stijging van de leverenzymwaarden, urine-incontinentie, urineretentie, leukopenie, neutropenie, eosinofilie en leukocytose.
Bij minder dan 1%: agranulocytose, maligne antipsychoticasyndroom en vallen.

Interacties

(Stoppen met) roken interfereert met de clozapinespiegel. Bij stoppen met roken stijgt de clozapine spiegel met gemiddeld 40%-50% (CYP1A2).

Afname clozapine: de concentratie daalt door krachtige CYP3A4-inductoren, etravirine, lopinavir, omeprazol en ritonavir.
Toename clozapine: de concentratie stijgt door ciprofloxacine, fluoxetine, fluvoxamine of sertraline.

Krachtige CYP3A4-inductoren:
Apalutamide
Carbamazepine
Efavirenz
Enzalutamide
Fenobarbital
Fenytoïne
Hypericum
Lumacaftor
Mitotaan
Nevirapine
Primidon
Rifabutine
Rifampicine