Medicatie
metoclopramide
Verwerking
Mag via sonde.
Dosering
3 dd 10 mg p.o. of supp.
Bij onvoldoende effect kunnen hogere doseringen (40-100 mg/dag p.o., supp., s.c. of i.v.) worden overwogen
Kan koliekachtige buikpijn bij ileus doen verergeren
Niet combineren met anticholinergica
Prokineticum (bevordert maagontlediging)
Bijwerkingen
>10% van de patiƫnten: slaperigheid.
1-10%: extrapiramidale stoornissen, parkinsonachtige verschijnselen, acathisie, depressie, asthenie, diarree en, vooral bij intraveneuze toediening, hypotensie.
< 1%: dystonie (inclusief visuele stoornissen en oculogyrische crisis), dyskinesie, verlaagd bewustzijn, hallucinaties, hyperprolactinemie, amenorroe, overgevoeligheidsreacties en, vooral bij intraveneuze toediening, bradycardie.
Interacties
Afname metoclopramide: de concentratie daalt door rifampicine.
Overig effect: de concentratie van atovaquon kan dalen; het mechanisme is niet bekend.
Bij combinatie met SSRI’s neemt het risico op extrapiramidale verschijnselen toe. Bovendien stijgt de plasmaconcentratie door fluoxetine.