Capsule 100/200 mg

Richtlijn

Pijn bij patiënten met kanker

Medicatie

celecoxib

Verwerking

Volgens de WHO-ladder kan een NSAID gegeven worden bij stap 1 (niet-opioïde medicamenteuze behandeling) en als toevoeging aan een behandeling met zwak en sterkwerkende opioïden.

Dosering

Als toevoeging aan paracetamol of opioïden bij de behandeling van pijn bij patiënten met kanker, indien er sprake is van onvoldoende effect van optimaal gedoseerd paracetamol resp. opioïden bij ouderen: 1x per dag 100 mg.
*In de stervensfase: staken.
*Bij nierfunctiestoornissen: Geef aan patiënten met een: eGFR minder dan 30 ml/min geen NSAID’s, tenzij er sprake is van dialyse met geen of weinig restdiurese, zie ook tabel 2 ‘Adviezen per stadium van chronische nierschade’. Overleg bij dialyse en geen of weinig restdiurese met de nefroloog of een normale dosering gegeven kan worden. Bij een eGFR van 30 tot 59 ml/min alleen na zorgvuldige weging van potentiële risico’s NSAID’s met een korte halfwaardetijd (bijvoorbeeld diclofenac of ibuprofen) in de laagste mogelijke effectieve dosering voorschrijven. Monitor de nierfunctie tijdens de behandeling. Probeer eventuele bijkomende risicofactoren (hypovolemie, nefrotoxische medicatie) zoveel mogelijk te verminderen of te voorkomen.

Bijwerkingen

Zie NSAID’s algemeen. Specifiek voor celecoxib: Bij 1-10% van de patiënten: hoofdpijn, duizeligheid, diarree, dyspepsie, misselijkheid, braken, flatulentie, obstipatie, buikpijn, gastro-intestinale bloedingen (soms fataal, met name bij ouderen), bloed in de feces, bloedbraken, vermoeidheid en overgevoeligheidsreacties (zoals urticaria, jeuk, purpura en huiduitslag). Bij minder dan 1%: rinitis, leukopenie, trombocytopenie, neutropenie, aplastische anemie, reacties op het ademhalingsstelsel (zoals astma, bronchospasmen en dyspneu), angio-oedeem, natrium- en vochtretentie, angst, slapeloosheid, paresthesie, slaperigheid, reversibele visusstoornissen (wazig zien, veranderingen in kleurperceptie en toxische amblyopie), verminderd gehoor, gastritis, ulcus duodeni, ulcus pepticum, mondzweren, gastro-intestinale perforatie, hepatitis, geelzucht, abnormale leverfunctie, fotosensibilisatie en nefrotoxiciteit (waaronder interstitiële nefritis, nefrotisch syndroom en (acuut) nierfalen).

Interacties

Zie NSAID’s algemeen.