Capsule met gereguleerde afgifte 37,5/75/150/225 mg

Richtlijn

Pijn bij patiënten met kanker

Medicatie

venlafaxine

Verwerking

Bij het kiezen van het voor de patiënt waarschijnlijk optimale middel wordt rekening gehouden met het gehele pakket: aard en ernst van de pijn, bijwerkingenprofiel, comedicatie en het risico op geneesmiddeleninteracties.

Dosering

Bij niet-chemotherapie geïnduceerde neuropatische pijn, bij chemotherapiegeinduceerde neuropathische pijn of bij botpijnen door metastasen:
De startdosering is eenmaal daags 37,5 mg, zo nodig te verhogen tot 75 tot 225 mg per dag. In lagere doseringen van 75 tot 150 mg remt het vooral de heropname van serotonine en kan worden beschouwd als een SSRI. Venlafaxine is onder andere werkzaam gebleken bij oxaliplatine-geïnduceerde pijn bij kanker in een dosering van 50 mg één uur voorafgaand aan toediening van oxaliplatine en vervolgens eenmaal daags 37.5 mg op dag 2 tot 11
*Nierfunctiestoornissen: Reduceer de dosering van venlafaxine met 50% bij patiënten met een eGFR lager dan 30 ml/min en pijn bij kanker.
De behandeling van neuropathische pijn bij kanker dient patient-tailored te zijn. Het blijft een kwestie van trial en error en nauwkeurige monitoring.

Bijwerkingen

Bij meer dan 10% van de patiënten: slapeloosheid, duizeligheid, sedatie, hoofdpijn, droge mond, obstipatie, misselijkheid en overmatig zweten.
Bij 1-10%: abnormaal dromen, nervositeit, agitatie, akathisie, paresthesie, tremor, veranderde smaak, verwardheid, depersonalisatie, hypertensie, blozen, hartkloppingen, tachycardie, verminderde eetlust, braken, diarree, gewichtstoename, gewichtsafname, stijging van de cholesterolconcentratie, gapen, kortademigheid, oorsuizen, accommodatiestoornissen, mydriasis, visusstoornissen, libidovermindering, orgasmestoornissen, ejaculatiestoornissen, erectiele dysfunctie, mictiestoornissen, urineretentie, pollakisurie, menstruatiestoornissen, huiduitslag, jeuk, vermoeidheid, rillingen en asthenie.
Bij minder dan 1%: apathie, hallucinaties, derealisatie, (hypo)manie, tandenknarsen, collaps, myoclonus, balans- en coördinatiestoornissen, dyskinesie, (orthostatische) hypotensie, alopecia, bloeduitstortingen, maagdarmbloedingen, afwijkende leverfunctiewaarden, urticaria, fotosensibilisatie, angio-oedeem en urine-incontinentie.

Interacties

Venlafaxine is substraat voor CYP2D6.
Toename venlafaxine: de concentratie stijgt door cobicistat, krachtige CYP2D6-remmers, efavirenz en HIV-proteaseremmers.
Overig effect: bij combinatie met een MAO-remmer (ook moclobemide, rasagiline of selegiline) kan het serotoninesyndroom optreden. Gelijktijdige behandeling wordt ontraden. Het herstel van MAO-enzymen duurt ong. 2 weken. Aanbevolen wachttijden: na staken venlafaxine 7 dagen; na staken niet-selectieve MAO-remmer, rasagiline of selegiline 2 weken; na staken van moclobemide 1 dag.
Bij combinatie met linezolid (aanbevolen wachttijd na staken linezolid 2 dagen), methylthionine, pethidine of tramadol kan serotonerge toxiciteit optreden.
Bij gebruik van venlafaxine neemt het risico op een maagdarmbloeding toe als tevens een NSAID wordt gebruikt.
Bij gebruik van venlafaxine kan de bloedingsneiging toenemen, hierdoor kan het effect van een VKA of Bruton’s tyrosinekinase (BTK)-remmers (zoals ibrutinib) worden versterkt.
Bij combinatie met een thiazide kan hyponatriëmie optreden.
Venlafaxine verhoogt de AUC en de Cmax van haloperidol met 70%, respectievelijk 88%; de eliminatiehalfwaardetijd verandert niet. Venlafaxine verhoogt de plasmaconcentratie van metoprolol met 30-40%.
Venlafaxine verhoogt de AUC van risperidon met ong. 50%.
Verhoging van de plasmaconcentratie van clozapine, soms leidend tot insulten, is gemeld.
Mogelijk is het risico op het serotoninesyndroom verhoogd bij combinatie met amfetaminen of buprenorfine.

Krachtige CYP2D6-remmers:
Bupropion
Cinacalcet
Fluoxetine
Kinidine
Paroxetine
Terbinafine