Richtlijn
Pijn bij patiënten met kanker
Medicatie
etoricoxib
Verwerking
Volgens de WHO-ladder kan een NSAID gegeven worden bij stap 1 (niet-opioïde medicamenteuze behandeling) en als toevoeging aan een behandeling met zwak en sterkwerkende opioïden.
Dosering
Als toevoeging aan paracetamol of opioïden bij de behandeling van pijn bij patiënten met kanker, indien er sprake is van onvoldoende effect van optimaal gedoseerd paracetamol resp. opioïden bij ouderen: 1x per dag 30 mg.
*In de stervensfase: staken.
*Bij nierfunctiestoornissen: Geef aan patiënten met een: eGFR minder dan 30 ml/min geen NSAID’s, tenzij er sprake is van dialyse met geen of weinig restdiurese, zie ook tabel 2 ‘Adviezen per stadium van chronische nierschade’. Overleg bij dialyse en geen of weinig restdiurese met de nefroloog of een normale dosering gegeven kan worden. Bij een eGFR van 30 tot 59 ml/min alleen na zorgvuldige weging van potentiële risico’s NSAID’s met een korte halfwaardetijd (bijvoorbeeld diclofenac of ibuprofen) in de laagste mogelijke effectieve dosering voorschrijven. Monitor de nierfunctie tijdens de behandeling. Probeer eventuele bijkomende risicofactoren (hypovolemie, nefrotoxische medicatie) zoveel mogelijk te verminderen of te voorkomen.
Bijwerkingen
Zie NSAID’s algemeen. Specifiek voor etoricoxib: Bij meer dan 10% van de patiënten: buikpijn.
Bij 1-10%: alveolaire osteïtis, oedeem, duizeligheid, hoofdpijn, hartkloppingen, aritmie, hypertensie (frequenter dan bij andere NSAID’s en mogelijk sterker), bronchospasme, obstipatie, winderigheid, gastritis, zuurbranden, zure reflux, diarree, dyspepsie, epigastrische pijn, braken, oesofagitis, zweertjes in de mond, misselijkheid, stijging van ASAT en ALAT, ecchymose, asthenie, vermoeidheid en griepachtige verschijnselen.
Bij minder dan 1%: gastro-enteritis, bovenste luchtweginfecties, urineweginfecties, anemie, leukopenie, trombocytopenie, overgevoeligheidsreacties, meer of minder eetlust, gewichtstoename, angst, depressie, verminderde scherpzinnigheid, hallucinaties, smaakstoornissen, slapeloosheid, slaperigheid, paresthesie, hypo-esthesie, wazig zien, conjunctivitis, oorsuizen, vertigo, atriumfibrilleren, tachycardie, congestief hartfalen, niet-specifieke ECG-veranderingen, angina pectoris, myocardinfarct, overmatig blozen, CVA, TIA, hypertensieve crisis, vasculitis, hoest, dyspneu, neusbloeding, opgezette buik, gewijzigde darmperistaltiek, droge mond, gastroduodenaal ulcus, ulcus pepticum (waaronder gastro-intestinale perforatie en bloeding), prikkelbaredarmsyndroom, pancreatitis, oedeem in het gezicht, jeuk, huiduitslag, erytheem, urticaria, spierkramp, spierspasme, pijn of stijfheid in het skelet, proteïnurie, stijging van de creatinineconcentratie, pijn op de borst, stijging van BUN, stijging van de CK-waarden, verminderde nierfunctie, nierfalen, hyperkaliëmie en stijging van de urinezuurconcentratie.
Interacties
Zie NSAID’s algemeen.