Stroop 1 mg/ml

Richtlijn

Zweten, overmatig

Medicatie

oxybutynine

Dosering

Bij gegeneraliseerd overmatig zweten: startdosering of bij gelokaliseerd overmatig zweten na onvoldoende effect aluminiumchloride: start met 1-2x per dag 2,5 mg. Verhoog tot maximaal 4x per dag 5 mg op geleide van effectiviteit en bijwerkingen.
Bij overmatig zweten door opvliegers bij vrouwen met een gemetastaseerd mammacarcinoom, behandeld met paliatieve anti-hormonale therapie:: 1x per dag 5 mg.

Bijwerkingen

Bij meer dan 10% van de patiƫnten: duizeligheid, hoofdpijn, slaperigheid, obstipatie, misselijkheid, droge mond, verminderd zweten en droge huid.
Bij 1-10%: verwardheid, hartkloppingen, droge ogen, vergrote pupillen, wazig zien, roodheid in het gezicht, braken, diarree, urineweginfectie en urineretentie.
Bij minder dan 1%: hallucinaties, angst, rusteloosheid, nervositeit, desoriƫntatie, bovenste luchtweginfecties, schimmelinfecties, opvliegers, rugpijn, anorexie, dysfagie, buikpijn, verminderde eetlust, dysurie en vermoeidheid.

Interacties

Oxybutynine is substraat voor CYP3A4. De werking kan worden versterkt door andere geneesmiddelen met een anticholinerge werking, zoals bepaalde antipsychotica en tricyclische antidepressiva. De werking van parasympathicomimetica, waaronder cholinesteraseremmers, kan worden geantagoneerd. Ketoconazol kan de oxybutynineconcentratie 2 tot 4-voudig verhogen.