Smelttablet 5/10/20 mg

Richtlijn

Oncologische Ulcera

Medicatie

oxycodon

Verwerking

Gelet op het risico op obstipatie horen opioïden altijd gecombineerd te worden met een oraal laxans. Macrogol/elektrolyten is het laxans van voorkeur.

Dosering

Oncologische ulcera en pijn: 30-45 minuten voor de wondverzorging; zie richtlijn Pijn bij patiënten met kanker in de palliatieve fase.

Bijwerkingen

Bij meer dan 10% van de patiënten: misselijkheid, braken, obstipatie, jeuk, hoofdpijn, duizeligheid en sufheid.
Bij 1-10%: diarree, buikpijn, dyspepsie, droge mond, anorexie, verwardheid, zenuwachtigheid, slapeloosheid, angst, abnormale gedachten, abnormale dromen, depressie, dyspneu, huiduitslag, tremor, lethargie, asthenie, koorts, vermoeidheid en zweten.
Bij minder dan 1%: overgevoeligheidsreacties, dehydratie, stemmingsveranderingen, euforie, hallucinaties, agitatie, lichamelijke afhankelijkheid, amnesie, convulsies, vertigo, hypertonie, hypo-esthesie, paresthesie, onwillekeurige spiertrekkingen, spraakstoornissen, smaakstoornissen, syncope, visusstoornissen, miose, hartkloppingen, vasodilatatie, ademhalingsdepressie, dysfagie, gastritis, flatulentie, ileus, oprispingen, maagdarmstoornissen, stijging van de leverenzymwaarden, droge huid, urineretentie, verminderd libido, impotentie, hypogonadisme, (perifeer) oedeem, dorst, rillingen, malaise, hik, gewenning en onthoudingssyndroom.

Interacties

Oxycodon is substraat voor CYP3A4 (hoofdroute) en CYP2D6.
Bij combinatie van fentanyl, oxycodon, pethidine of tramadol met de niet-selectieve MAO-remmers fenelzine en tranylcypromine is serotonerge toxiciteit gemeld (onder andere opwinding, spierrigiditeit, hyperpyrexie, zweten, bewusteloosheid, soms ademhalingsdepressie en hypotensie). Combinatie van fentanyl of pethidine met fenelzine en tranylcypromine moet worden vermeden; bij oxycodon en tramadol moet men bedacht zijn op de symptomen.
Bij toevoeging van een partiële agonist/antagonist, waaronder ook het ontwenningsmiddel nalmefeen, kunnen onthoudingsverschijnselen optreden. De combinatie moet worden vermeden. Naloxon en naltrexon zijn antagonisten van opioïden; bij combinatie kunnen onthoudingsverschijnselen optreden. Toevoeging van naloxon of naltrexon aan een opioïd wordt ontraden, tenzij naloxon of naltrexon bewust wordt toegepast als antidotum bij overdosering van een opioïd. Andersom kan bij toevoeging van een opioïd aan naloxon of naltrexon acute ademnood optreden.Afname oxycodon: de concentratie daalt door krachtige CYP3A4-inductoren.
Toename oxycodon: de concentratie stijgt door krachtige CYP3A4-remmers en lopinavir.

Overig effect: bij combinatie met fenelzine of tranylcypromine kan serotonerge toxiciteit optreden.

Krachtige CYP3A4-inductoren:
Apalutamide
Carbamazepine
Efavirenz
Enzalutamide
Fenobarbital
Fenytoïne
Hypericum
Lumacaftor
Mitotaan
Nevirapine
Primidon
Rifabutine
Rifampicine

Krachtige CYP3A4-remmers:
Claritromycine
Cobicistat (inclusief combinatiepreparaten)
Erytromycine
Itraconazol
Ketoconazol
Posaconazol
Ritonavir (inclusief combinatiepreparaten)
Voriconazol