Tablet 10/20 mg

Richtlijn

COPD

Medicatie

paroxetine

Dosering

1x per dag 10-20 mg.

Bijwerkingen

Bij meer dan 10% van de patienten: misselijkheid en seksuele dysfunctie.
Bij 1-10%: obstipatie, diarree, braken, droge mond, slaperigheid, slapeloosheid, agitatie, abnormaal dromen, duizeligheid, tremor, hoofdpijn, concentratiestoornissen, stijging van de cholesterolconcentratie, verminderde eetlust, troebel zicht, gapen, overmatig zweten, asthenie en gewichtstoename.
Bij minder dan 1%: extrapiramidale stoornissen, verwardheid, hallucinaties, sinustachycardie, orthostatische hypotensie, mydriasis, huiduitslag, jeuk, ecchymose, leukopenie, gynaecologische bloedingen, urineretentie, urineincontinentie en veranderde bloedglucosewaarden bij diabetes.
Zelden hyponatriemie, SIADH, manie, angst, depersonalisatie, paniekaanvallen, acathisie, convulsies, restless legs, bradycardie, stijging van leverenzymwaarden, hyperprolactinemie, galactorroe, menstruatiestoornissen, gewrichtspijn, spierpijn, trombocytopenie, anafylactische reacties, angio-oedeem, serotoninesyndroom, acuut glaucoom, gastrointestinale bloedingen, hepatitis, geelzucht, leverfalen, erythema multiforme, SJS, TEN, urticaria, fotosensibilisatie, priapisme en perifeer oedeem.

Interacties

Paroxetine is substraat voor CYP2D6 en remt CYP2D6. Paroxetine verhoogt de concentratie van: aripiprazol, atomoxetine, brexpiprazol, flecaïnide, metoprolol, mexiletine, perfenazine, risperidon, tamoxifen (de vorming van de actieve endoxifenmetaboliet wordt geremd), bepaalde tricyclische antidepressiva (amitriptyline, clomipramine, dosulepine, doxepine, imipramine, maprotiline, nortriptyline), venlafaxine en vortioxetine en van pimozide, pitolisant en de actieve metabolieten van tetrabenazine.
Overig effect: het serotoninesyndroom is in zeldzame gevallen gemeld na toevoeging van dextromethorfan. Gelijktijdige behandeling moet worden vermeden; aanbevolen wachttijd na staken dextromethorfan 1 dag.

Bij combinatie met een MAO-remmer (ook moclobemide, rasagiline of selegiline) kan het serotoninesyndroom optreden (zie Bijwerkingen), soms met fatale afloop.
Gelijktijdige behandeling van een SSRI met een MAO-remmer wordt ontraden. Aanbevolen wachttijden zijn:
na staken niet-selectieve MAO-remmer, rasagiline of selegiline: ten minste 14 dagen;
na staken moclobemide: 1 dag;
na staken fluoxetine: 5 weken;
na staken citalopram, dapoxetine, escitalopram, fluvoxamine of paroxetine: 7 dagen;
na staken sertraline: 14 dagen.
Serotonerge toxiciteit is in enkele gevallen gemeld na toevoeging van pethidine of tramadol aan een SSRI.
Serotonerge toxiciteit is eveneens gemeld bij combinatie van een SSRI met linezolid (aanbevolen wachttijd na staken linezolid 2 dagen) of methylthionine.
Bij gebruik van een SSRI neemt het risico op een maagdarmbloeding toe als tevens een NSAID wordt gebruikt.
Bij gebruik van een SSRI kan de bloedingsneiging toenemen, hierdoor kan het effect van een VKA of Bruton’s tyrosinekinase (BTK)-remmers (zoals ibrutinib) worden versterkt.
Bij combinatie met een thiazide kan hyponatriëmie optreden.
Bij combinatie met metoclopramide neemt het risico op extrapiramidale verschijnselen toe. Bovendien verhoogt fluoxetine de concentratie van metoclopramide.