Injectievloeistof 20 mg/ml

Richtlijn

Zorg in de Stervensfase

Medicatie

methylnaltrexon

Dosering

Subcutaan: lichaamsgewicht 38 tot 61 kg: 8 mg (0,4 ml), 62 tot 114 kg: 12 mg (0,6 ml) elke 2 dagen, of eventueel met langere tussenpozen.
Start bij symptoombehandeling, met de laagste effectieve dosis. Titreer zoals klinisch geindiceerd.
Evalueer het effect en de bijwerkingen van ale medicatie dagelijks.

Bijwerkingen

Bij meer dan 10% van de patiënten: buikpijn, misselijkheid, diarree en flatulentie.
Bij 1-10%: braken, duizeligheid, reacties op de plaats van injectie (zoals een stekend gevoel, branderigheid, pijn, roodheid en oedeem) en
opioïd-onthoudingsachtige symptomen (zoals koude rillingen, tremor, rinorroe, pilo-erectie, opvliegers, hartkloppingen en overmatig zweten).

Interacties

Methylnaltrexon induceert of remt de CYP-enzymen niet.