Drank 2 mg/ml

Richtlijn

Mondproblemen en slikstoornissen in de palliatieve fase

Medicatie

morfine

Verwerking

Dient uitsluitend gebruikt te worden als mondspoeling.

Dosering

Bij pijn in de mond: elke 3 uur 2 minuten spoelen met 15 ml, daarna uitspugen en niet doorslikken; pas op aspiratie door verdoving keelholte en op bijten op de tong of de wangslijmvliezen door gevoeloosheid.

Bijwerkingen

Bij meer dan 10% van de patiënten: sufheid, misselijkheid en obstipatie.
Bij 1-10%: braken, buikpijn, droge mond, anorexie, hoofdpijn, spiertrekkingen, duizeligheid, verwardheid, slapeloosheid, zweten, huiduitslag, jeuk, asthenie, vermoeidheid en malaise.
Bij minder dan 1%: agitatie, euforie, hallucinaties, stemmingsveranderingen, nachtmerries, paresthesie, convulsies, hypertonie, visusstoornissen, vertigo, blozen, hypotensie, syncope, bronchospasmen, longoedeem, dyspneu, ademhalingsdepressie, dyspepsie, smaakstoornissen, ileus, stijging van leverenzymwaarden, urticaria, urineretentie, rillingen, koorts en perifeer oedeem.

Interacties

Afname morfine: de concentratie daalt door lopinavir en ritonavir.
Bij toevoeging van een partiële agonist/antagonist, waaronder ook het ontwenningsmiddel nalmefeen, kunnen onthoudingsverschijnselen optreden. De combinatie moet worden vermeden. Naloxon en naltrexon zijn antagonisten van opioïden; bij combinatie kunnen onthoudingsverschijnselen optreden. Toevoeging van naloxon of naltrexon aan een opioïd wordt ontraden, tenzij naloxon of naltrexon bewust wordt toegepast als antidotum bij overdosering van een opioïd. Andersom kan bij toevoeging van een opioïd aan naloxon of naltrexon acute ademnood optreden.