Richtlijn
Pijn bij gevorderde stadia van COPD of hartfalen
Medicatie
hydromorfon
Verwerking
Capsule mag open, korrels heel innemen. Gelet op het risico op obstipatie horen opioïden altijd gecombineerd te worden met een oraal laxans. Macrogol/elektrolyten is het laxans van voorkeur.
Dosering
Bij nociceptieve pijn bij hartfalen of COPD: start met 2x per dag 4 mg. In tegenstelling tot paracetamol en NSAID’s is er bij opioïden (behalve bij buprenorfine) bij klinisch gebruikelijke doseringen geen ‘ceiling’-effect, dat wil zeggen dat er geen maximale dosis is waarboven geen additioneel analgetisch effect meer kan worden bereikt. Indien de patiënt een opioïd goed verdraagt, kan de dosering steeds worden opgehoogd om het gewenste analgetische effect te bereiken. Bij het grootste deel van de patiënten is dit echter niet noodzakelijk.
*Bij ouderen: geen aanpassing van de startdosering.
*In de stervensfase: omzetten naar transdermaal of parenterale toediening
*Bij nierfunctiestoornissen: (waarschijnlijk) geen aanpassing van de dosering nodig. Zie tabel ‘Adviezen per stadium van chronische nierschade’.
Bijwerkingen
Bij meer dan 10% van de patiënten: slaperigheid, sufheid, duizeligheid, obstipatie, misselijkheid, braken, jeuk en asthenie.
Bij 1-10%: verminderde eetlust, verwardheid, angst, slapeloosheid, hoofdpijn, hallucinaties, lichamelijke afhankelijkheid, dyspepsie, hypotensie, droge mond, buikpijn, zweten, huiduitslag, urineretentie en reacties op de toedieningsplaats.
Bij minder dan 1%: agitatie, euforie, dysforie, stemmingswisselingen, depressie, nachtmerries , dyskinesie, tremor, zich abnormaal voelen, myoclonus, paresthesie, wazig zien, miose, tachycardie, visusstoornissen, hypertensie, dyspneu, diarree, dysgeusie, stijging van de leverenzymwaarden, blozen, urticaria, verminderd libido, erectiele dysfunctie, rillingen, ontwenningsverschijnselen, vermoeidheid, malaise en perifeer oedeem.
Interacties
Bij toevoeging van een partiële agonist/antagonist, waaronder ook het ontwenningsmiddel nalmefeen, kunnen onthoudingsverschijnselen optreden. De combinatie moet worden vermeden. Naloxon en naltrexon zijn antagonisten van opioïden; bij combinatie kunnen onthoudingsverschijnselen optreden. Toevoeging van naloxon of naltrexon aan een opioïd wordt ontraden, tenzij naloxon of naltrexon bewust wordt toegepast als antidotum bij overdosering van een opioïd. Andersom kan bij toevoeging van een opioïd aan naloxon of naltrexon acute ademnood optreden.