Richtlijn
Obstipatie
Medicatie
methylnaltrexon
Verwerking
Methylnaltrexon wordt toegevoegd aan de bestaande behandeling met laxantia bij patiënten binnen de palliatieve zorg. Werkzaam binnen 30-60 minuten. Bij opioïdgeïnduceerde obstipatie.
Dosering
Bij obstipatie, subcutaan: lichaamsgewicht 38-61 kg: 8 mg (0,4 ml),
62-114 kg: 12 mg (0,6 ml) elke 2 dagen, of eventueel met langere tussenpozen.
Bijwerkingen
Bij meer dan 10% van de patiënten: buikpijn, misselijkheid, diarree en flatulentie.
Bij 1-10%: braken, duizeligheid, reacties op de plaats van injectie (zoals een stekend gevoel, branderigheid, pijn, roodheid en oedeem) en
opioïd-onthoudingsachtige symptomen (zoals koude rillingen, tremor, rinorroe, pilo-erectie, opvliegers, hartkloppingen en overmatig zweten).
Interacties
Methylnaltrexon induceert of remt de CYP-enzymen niet. Laxantia kunnen het kaliumverlies dat veroorzaakt wordt door andere geneesmiddelen (bv. thiazide-diuretica, corticosteroïden) vergroten, met meer kans op toxische effecten van digoxine.