Richtlijn
Ileus
Medicatie
octreotide
Verwerking
De insulinebehoefte bij diabetes mellitus type 1 kan zowel toe- als afnemen.
Dosering
Bij braken bij een patiënt waarbij wordt afgezien van operatie en waarbij geen maaghevel kan worden ingebracht: 3x per dag 200 µg of 600 µg/24 uur continu, s.c. of i.v.
Staak de behandeling met octreotide wanneer er na 3 dagen geen effect op het braken is en overweeg alsnog het inbrengen van een maaghevel.
Bij een ileus bij patiënten met kanker in de palliatieve fase, waarbij een maaghevel is ingebracht en er geen operatie volgt en de darmpassage na een paar dagen niet op gang komt: start bij >500 ml/24 uur vochtverlies via de maaghevel met octreotide 3x per dag 200 µg of 600 µg/24 uur continu, s.c. of i.v. Stop de behandeling met octreotide als de maaghevelproductie na 3 dagen niet is afgenomen naar <500 ml/24 uur. Overweeg verwijdering van de maaghevel en voortzetting van de behandeling met octreotide indien de maaghevelproductie <500 ml/24 uur bedraagt gedurende minimaal 3 dagen.
Bijwerkingen
Bij meer dan 10% van de patiënten: hoofdpijn, diarree, buikpijn, misselijkheid, obstipatie, flatulentie, hyperglykemie en cholelithiase, en injectieplaatsreacties.
Bij 1-10%: dyspepsie, braken, zwelling van de buik, steatorroe, dunne ontlasting, verkleuring van de ontlasting, asthenie, duizeligheid, bradycardie, dyspneu, cholecystitis, galwegobstructie, hyperbilirubinemie, hypoglykemie, gestoorde glucosetolerantie, anorexie, hypothyreoïdie, schildklieraandoening, stijging van de transaminasewaarden, jeuk, huiduitslag en alopecia.
Bij minder dan 1%: dehydratie en tachycardie.
Interacties
De absorptie van ciclosporine kan afnemen. De concentratie van telotristat ethyl en zijn actieve metaboliet daalt door kortwerkend octreotide. Kortwerkend octreotide moet ten minste 30 minuten na telotristat ethyl worden toegediend.